nl‎ > ‎Veenendaal‎ > ‎Structuur van de vereniging‎ > ‎

Beleidsplan

Beleidsplan 2007-2009


1. Inleiding

1.1 Geschiedenis
De Vrijzinnige Geloofsgemeenschap afdeling Veenendaal werd officieel in 1906 opgericht voor de duur van 29 jaar onder het motto behoefte aan iets beters, aan iets edelers. 
Het besluit tot oprichting van de afdeling Veenendaal viel in de algemene vergadering van het landelijke bestuur van de Nederlandse Protestantenbond, waarvan de oprichting dateert uit 1870. 
De naam van de plaatselijke vereniging luidde De Afdeeling Veenendaal van den Nederlandschen Protestantenbond. Zoals vermeld in de Staatscourant werd op 8 juni 1907 de oprichting bekrachtigd bij een Koninklijk Besluit.

In 1961 wordt de vereniging opnieuw opgericht met terugwerkende kracht omdat men in 1935 verzuimde het rechtspersoonschap te verlengen. 
In 1985 wordt de naam van de vereniging statutair gewijzigd in De Nederlandse Protestantenbond afdeling Veenendaal.
In navolging van de naamswisseling van het landelijk bestuur in 1991 wordt in 1993 de naam van de vereniging opnieuw statutair gewijzigd in Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB afdeling Veenendaal, een naam die tot op heden juridisch nog geldt.

1999 was een cruciaal jaar: de resonansgroep, een enquête gehouden onder de leden en het opgestarte project 2000-2002 gaven nieuwe impulsen voor de vereniging om door te gaan, maar dan op een manier die aansluit bij de eisen van de nieuwe tijd.

1.2 Ontwikkelingen na 2000
In 2000 heeft het toenmalige bestuur een aantal aanbevelingen en richtingen uitgezet tot vernieuwing en de ALV heeft ervoor gekozen om de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB voortaan aan te duiden als Open Geloofsgemeenschap.
Deze aanbevelingen waren:
• start een vrijwilligersorganisatie op, waarin zo veel mogelijk een beroep wordt gedaan op de professionaliteit van de leden en donateurs;
• werk voor de kerntaken en de speerpunten zo veel mogelijk met commissies, die een grote vrijheid genieten in zowel de uitvoerende als beleidsvormende taak;
• sta open voor vernieuwingen.

In de periode 2000 tot heden hebben de besturen hiermee een aanvang gemaakt, waarbij met name voor de kerntaken commissies werden

gerealiseerd. Blijkens evaluaties in 2002-2006 bleek dat de ingeslagen weg, waarin duidelijk afstand is genomen van het concept voorganger, goed begaanbaar is.


1.3 Beleidsplan
De vereniging heeft na de ontwikkelingen van 2000-2006 bewust gekozen voor het model besturen met behulp van commissies. 
Het bestuur onderkent dat dit model getuigt van grote kracht maar tegelijk van grote kwetsbaarheid. De continuïteit van het functioneren van de vereniging stoelt daarom op betrokkenheid en interesse van de 
leden/donateurs. 
Het bestuur beseft dat het vanwege deze kwetsbaarheid moet beschikken 
over inzicht in de kwaliteiten van het potentieel vrijwilligers, zodat tijdig in vervanging kan worden voorzien.
Trefwoorden zijn: openheid en vertrouwen.

Het bestuur van de Open Geloofsgemeenschap wil daarom de komende jaren mede vormgeven aan de vereniging als zodanig en als professionele vrijwilligersorganisatie en heeft daarom zijn voornemens vastgelegd in een beleidsplan.
In dit plan maakt het bestuur kenbaar welke beleidsvoornemens het heeft voor de komende 3 jaar, de wijze waarop het beleid wil voeren en waar de accenten voor procesbeheersing en controle op de beleidsvoornemens zitten. Daarnaast worden de procedures en de interne regels met betrekking tot het planproces aangegeven.
De DB-plus vergaderingen kunnen via voorstellen een goede bijdrage leveren voor een kwalitatief gedegen beleidsvoorbereiding, waar nodig fungeren als klankbord en het aandragen van nieuwe ideeën voor een komende planperiode.
Voor het verrichten van activiteiten binnen de vereniging zal het bestuur steeds een beroep doen op de betrokkenheid en verantwoordelijkheid van leden en commissies die hun kennis en deskundigheid willen inzetten ten dienste van de vereniging. Van de commissies wordt verwacht dat zij ook zelf initiatief tonen.
Speerpunten van het beleid vormen vieringen en andere bijeenkomsten op zondag, pastoraat, PR, informatievoorziening en huisvesting.

Het beleidsplan zal ieder jaar worden geactualiseerd met als gevolg dat de planperiode telkens een jaar opschuift. 
Naast het beleidsplan stelt het bestuur elk jaar een werkplan op. 
Dit betekent dat het werkplan, bestaande uit activiteiten met financiële 
onderbouwing en beheersingszaken, onlosmakelijk is gekoppeld aan het vigerende beleidsplan.

De randvoorwaarden van het werkplan moeten voldoen aan de statuten 
en het huishoudelijke reglement. 
Derhalve vormen het beleidsplan, het werkplan, de statuten en het 
huishoudelijke reglement samen de ingrediënten voor de cycli plan-, uitvoerings- en beheersingsproces, die de bouwstenen vormen voor verantwoord besturen.
Een beleidsplan heeft alleen draagkracht indien er sprake is van voldoende 
flexibiliteit, transparantie en overzichtelijkheid in het planproces. Om dit enigszins te waarborgen, wordt gekozen voor twee actualisatie-momenten per jaar, namelijk bij het opstellen van de jaarlijkse begrotings- en exploitatieronden. 
Actualisatie houdt ook in dat de statuten en het huishoudelijke reglement moeten worden beheerd en waar nodig tijdig aangepast.

Het vigerende beleidsplan, de statuten en het huishoudelijke reglement 
zullen voor iedereen ter inzage liggen in het kerkgebouw en worden gepubliceerd op de website van de vereniging.


2. Beleidsvoornemens

Het bestuur ziet het in stand houden en zonodig optimaliseren van het functioneren van onze open geloofsgemeenschap als haar centrale 
opdracht. Het bestuur zal aan de ene kant volop ruimte blijven geven aan de commissies en de leden/donateurs. Aan de andere kant zal de organisatie beheersbaar moeten zijn, om als bestuur de 
verantwoordelijkheid te kunnen blijven dragen, waarbij de actuele 
financiële situatie van de vereniging continue aandacht vereist. 
Terzake van nieuwe of nog op te starten projecten zal het bestuur in overleg met de daarvoor in aanmerking komende commissie(s) waar nodig een plan van aanpak opstellen en in principe hierover in een ALV de goedkeuring verkrijgen alvorens dit project aan te vangen.
In deze planperiode zal het bestuur een aanvang maken met het opstellen van meerjarenbegrotingen en werkplannen, waardoor de beheersbaarheid en controleerbaarheid beter worden gewaarborgd.
Het bestuur zal nauwlettend de beleidsvoorbereiding van het landelijke bestuur volgen en zonodig hieruit nieuw of aanvullend beleid ontwikkelen. 
Voor de financiering van activiteiten en projecten zal het bestuur naast het gebruik van de bestemmingsreserveringen van de eigen geloofsgemeenschap ook trachten in aanmerking te komen voor de subsidiemogelijkheden die het landelijke bestuur biedt.

a. Bestuur - intern
• er moet sprake zijn van een vernieuwend beleid, aandacht, betrokkenheid en oog hebben voor wat er gebeurt met de afdeling


en haar omgeving, waarbij rekening gehouden moet worden met het draagvlak en de draagkracht van de leden;
• het eerder gevonden concept met betrekking tot het aanstellen van commissies wordt gecontinueerd;
• transparant functioneren: met oog voor de haalbaarheid.

b. Bestuur t.o.v. commissies
• naast een beleidvoerende taak, ook een coördinerende en stimulerende taak;
• er moeten duidelijke communicatielijnen bestaan tussen bestuur en de commissies;
• om het beheersbaar te houden, vragen wij de commissies om hun aandachtspunten voor het komende jaar uit te werken;
• met het oog op de actualiteit wordt tijdens de DB-plus 
bijeenkomsten van gedachten gewisseld over nieuwe ontwikkelingen en de implementatie ervan in komende planperioden;
• continueren van bijeenkomsten en uitwisselen van gedachten 
tijdens de bijeenkomsten, zoals het DB-plus;
• transparant functioneren, ruimte geven en nee zeggen wanneer dit nodig is.

c. Bestuur t.o.v. (actieve) leden
• bij beleidsontwikkelingen zoveel mogelijk draagvlak binnen de 
afdeling bewerkstelligen
• transparant functioneren, ruimte geven en nee zeggen wanneer dit nodig is.

d. Centrale onderwerpen 
Onderwerpen die o.a. naar voren zijn gekomen tijdens een DB-plus bijeenkomst en die wij als bestuur belangrijk vinden:
• aandacht voor de verschillende (leeftijds-) groepen binnen de vereniging;
• opstellen en onderhouden van een plan van aanpak m.b.t. de zorg voor goede huisvesting van de geloofsgemeenschap;
• opstellen en onderhouden van functiebeschrijvingen voor het bestuur, de commissies en ander vrijwilligerswerk.


3. Commissies en bijzondere projecten

Het bestuur werkt zowel voor de beleidsvoorbereiding als voor de uitvoering van het beleid met een aantal commissies. 
Bij de beleidsvoorbereiding kunnen de commissies een bijdrage geven aan

het aandragen van speerpunten bij ontwikkelingen voor nieuw beleid.
Voor de uitvoering het beleid, waarmee de commissies grotendeels zijn belast, zal zo veel mogelijk projectmatig worden gewerkt, doch er kan ook sprake zijn van ad hoc opdrachten.
Voor een aantal commissies zal het bestuur competenties en functiebeschrijvingen moeten opstellen en deze ook dienen te bewaken.

Onderstaand zijn per commissie een aantal aandachtspunten opgenomen.

3.1 Panel van Leden-Voorgangers
In tegenstelling tot de meeste andere vrijzinnige geloofsgemeenschappen 
NPB beschikt onze geloofsgemeenschap niet over een bezoldigd voorganger, die contacten met het landelijke bestuur van de NPB en de verschillende regioafdelingen onderhoudt.
De voorgangerstaak met betrekking tot het vrijzinnig geloofsbeleven (vorm en wijze van de zondagse bijeenkomsten, liturgie e.d.) wordt uitgevoerd door professionele vrijwilligers binnen de geloofsgemeenschap, die samen het panel van leden-voorgangers vormen.

Hierbij gelden de volgende aandachtspunten:
• goede afspraken met betrekking tot rites de passage;
• aandacht voor wensen en behoeften van de verschillende (leeftijds-) groepen;
• informatievoorziening: gewaakt moet worden voor stagnatie in de informatie-uitwisseling over nieuwe ontwikkelingen uit het regionaal en landelijk vrijzinnig geloofsbeleven; 
• vernieuwing van de liturgie met respect voor de vrijzinnige traditie;
• de bekwaamheid van de betrokken vrijwilligers;
• waken voor een te zware belasting van de leden van het panel;
• tijdig signaleren van knelpunten.

Voor de bekostiging van het verzorgen van de rites de passage beschikt de vereniging over een geldelijke voorziening.

3.2 Commissie Ontmoetingen
De zondagse bijeenkomsten worden ingevuld door kerkdiensten, themadiensten en ontmoetingen.
Alleen bij ontmoetingsdiensten, doorgaans geleid door leden van 
de eigen geloofsgemeenschap, geldt dat de daarmee verbandhoudende onkosten worden vergoed. De ontmoetingsdiensten kunnen geheel naar eigen inzichten worden ingevuld.
Voor de waarborging van de kwaliteit is de commissie ontmoetingen in het leven geroepen.

Aandachtspunten zijn:
• waken voor een te zware belasting van de commissieleden;


• tijdige vaststelling van de hoogte van de onkostenvergoeding,
waarbij de hoogte van het bedrag het voorgeschreven grensbedrag van de belastingdienst niet mag overschrijden;
• de bekwaamheid van de betrokken vrijwilligers;
• het tijdig signaleren van knelpunten.

3.3 Commissie Pastoraat
Het bestuur acht de te verrichten activiteiten door deze commissie een 
speerpunt bij uitstek voor het bestaansrecht van de vereniging. 
Het gaat hierbij ten diepste om aandacht voor de medemens: een 
luisterend oor en een meelevend hart. In principe een taak waaraan iedereen binnen de geloofsgemeenschap zijn steentje kan bijdragen, maar 
de commissie onder leiding van een coördinator kan hierin zelfstandig structuur aanbrengen. 
Voor het goed functioneren hebben de commissieleden geregeld bijscholing nodig.
Derhalve beschikt de vereniging voor eventualiteiten over een bestemmingsfonds, waaruit zonodig gelden kunnen worden onttrokken.

Bij pastorale zorg gelden de volgende aandachtspunten: 
• aansturing individuele pastorale zorg;
• contact met ouderen en zieken;
• tijdig signaleren van de knelpunten;
• bewaken van de kwaliteit van de commissieleden;
• professionalisering van de individuele pastorale zorg;

3.4 Commissie PR en Jaarprogramma
Voor het goed functioneren en optimale betrokkenheid van haar leden en donateurs van de vrijwilligersorganisatie is openheid en interne informatievoorziening essentieel. Daarnaast is voor de continuïteit zowel interne als externe informatie een vereiste. 
De taken hiervoor heeft de vereniging neergelegd bij deze commissie:
• afspraken maken met betrekking tot de kerkdiensten, ontmoetingen, themadiensten en cursussen;
• het verzorgen van de publiciteit over de NPB-Veenendaal, in bijzonder via Ruimte in ’t Veen, Eenheid, Veense Babbels en in de plaatselijke huis-aan-huisbladen;
• fungeren als aanspreekpunt van derden voor de vereniging;
• het opstellen en uitgeven van een digitale nieuwsbrief;
• het invullen van de roosters voor de zondagse bijeenkomsten;
• zorg voor de verspreiding van voornoemde publicaties.

Aandachtspunten zijn hier:
• waken voor een te zware belasting van de commissieleden;
• het tijdig signaleren van knelpunten.


3.5 Commissie Bouw en Onderhoud
De geloofsgemeenschap beschikt over een eigen kerkgebouw, dat veel 
onderhoud vereist. Het kerkgebouw is gelegen aan de Vijftienmorgen 2 te Veenendaal. Bij een toenemende ledengroei wordt het gebouw te klein om aan de wensen te voorzien. 
Uitbreiding is theoretisch mogelijk, doch wegens overheidsregelgeving stuit dit op praktische bezwaren. 
Omzien naar een nieuwe locatie is daarom een voortdurend aandachtspunt. Reservering van gelden voor nieuw onderkomen in de vorm van een bouwfonds is noodzakelijk.

De in 2005 geplande dakrenovatie van het NPB-huis zal in 2007 worden gerealiseerd.

Voor zover nog gebruik gemaakt zal worden van het kerkgebouw aan de Vijftienmorgen zal deze commissie jaarlijks voorstellen tot onderhouden 
van dit gebouw aan het bestuur aanreiken en deze ook doen uitvoeren. De uitvoering hiervan geschiedt of in eigen beheer dan wel via uitbesteding.

Aandachtspunten:
• bekwaamheid van de betrokken vrijwilligers;
• (laten) opstellen van een (meerjaren)onderhoudsplan voor het gebouw aan de Vijftienmorgen;
• reservering van gelden voor nieuwbouw;
• (laten) opstellen van plannen voor nieuwbouw/verbouw;
• het tijdig signaleren van knelpunten;
• waar mogelijk gebruik maken van deskundige vrijwilliger en waar nodig werkzaamheden uitbesteden.

3.6 Commissie Vorm en Kleur
Het onder 3.5 genoemde kerkgebouw dateert van geruime jaren her. Vanwege de in 2000 ingezette ontwikkelingen met betrekking tot de zondagse bijeenkomsten blijken aanpassingen in het kerkgebouw steeds noodzakelijk. 
Mede gelet op de doordeweekse activiteiten die hierin plaatsvinden, moet dit gebouw multifunctioneel van aard zijn.
Voorts worden aan de inrichting van het gebouw, gelet op de tijdgeest en de omgevingsvereisten, hoge eisen gesteld.
Veranderingen en vernieuwingen in het functioneren van onze geloofsgemeenschap vragen voortdurend aanpassingen van het interieur 
en exterieur van het gebouw.
De commissie adviseert het bestuur in vorm en kleur bij de keuzes van vernieuwing.

Voor de realisatie heeft de vereniging hiervoor een aantal reservefondsen 
in het leven geroepen.

Aandachtspunten zijn: 
• vormgeving liturgisch centrum;
• oog hebben voor vernieuwing, ontwikkeling en activiteiten in en 
rond het NPB-huis;
• werken in overleg met andere commissies;
• tijdig signaleren van knelpunten.

3.7 Bijzondere projecten
Voor bijzondere projecten zijn doorgaans geen commissies aangesteld. Zij vallen rechtstreeks onder het bestuur. 
Als zodanig zijn aan te merken:
a. uitbouwen van de eigen spirituele bibliotheek in het NPB-huis;
b. uitbouwen en onderhouden van de eigen website op het internet;
c. financiële ondersteuning;
d. organiseren van bijeenkomsten en activiteiten waarin vernieuwing centraal staat.

Ad a
De geloofsgemeenschap beschikt over een eigen bibliotheek, die jaarlijks wordt uitgebreid en/of geactualiseerd door leden op basis van vrijwilligerswerk De kosten van het aanschaffen van nieuw materiaal worden in de jaarlijkse begroting meegenomen.

Ad b
Sedert 2001 beschikt de geloofsgemeenschap over een eigen website op het Internet. Hierin worden activiteiten en bijzonderheden over de gemeenschap vermeld. Het onderhoud aan de site geschiedt door leden van de vereniging op basis van vrijwilligerswerk. Aangezien de huidige website in de nabije toekomst vervalt, moet omgezien worden naar een nieuwe. Het is wenselijk dat gestreefd wordt naar aansluiting op een landelijke website.

Ad c
Er kunnen zich op financieel gebied gevallen voordoen waarin het bestuur een klankbord nodig heeft. Voor het voeren van een adequaat beleid zal het een beroep doen op de leden of donateurs, waarvan verwacht wordt 
dat deze voldoende onderlegd zijn. Indien zulks nodig is en er geen 
potentieel beschikbaar is, zal het bestuur hiervoor ondersteuning zoeken 
bij het landelijke bestuur of extern advies inwinnen.

Ad d 
Hoewel de vereniging relatief klein is, wil ze toch graag een zekere

podiumfunctie vervullen. Daarom steunt de vereniging waardevolle initiatieven die misschien niet tot de kerntaak van een 
geloofsgemeenschap behoren, maar interessant kunnen zijn voor onze 
doelgroep: de zoekende op spiritueel gebied.

Voor alle bijzondere projecten gelden de volgende aandachtspunten:
• voldoende professionaliteit van de betrokken vrijwilligers;
• actualiteit;
• waken voor een te zware belasting van de vrijwilligers;
• tijdig signaleren van knelpunten.


4. Financieel beleid

Het bestuur van de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening, die het vermogen en resultaat in overeenstemming met de doelstelling van deze vereniging, getrouw dient 
weer te geven. Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en het instandhouden van een intern 
beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en het getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude en fouten bevatten alsmede het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële vastlegging. De controle hierop vindt plaats door een door de ALV te benoemen roulerende kascommissie.

4.1 Procedures
Het bestuur zorgt - veelal op voordracht van een commissie - ervoor dat nieuwe projecten tijdig op de begroting respectievelijk de meerjarenbegroting staan vermeld.
Het bestuur stelt de begrotingen op en is daarvoor ook verantwoordelijk.
De hiervoor benodigde gelden zullen of in de exploitaties worden opgenomen of zullen worden onttrokken aan de reservefondsen, hierna genoemd de bestemmingsfondsen en voorzieningen. 
Aangaande begrotingszaken laat het bestuur zich informeren of zoekt haar eigen weg.
De jaarbegroting voor de exploitatie geldt als maatstaf voor de meerjarenbegroting.

De begroting van het komende exploitatiejaar moet door de ALV worden 
goedgekeurd. In het najaar van het jaar voorafgaande aan het exploitatiejaar stelt het bestuur hiervoor de begroting op. De definitieve 
ingrediënten hiervoor moeten tijdig door de commissies worden 
aangeleverd of worden door cijfermatig materiaal uit de baten en lasten

van de afgelopen jaren bepaald. De jaarlijkse begroting behoeft de goedkeuring van de ALV van de vereniging.
Indien de vereniging over gelden beschikt, zal het bestuur hieraan bestemmingen geven en daarover een toelichting geven op de ALV.

De belangrijkste regels voor het onttrekken van gelden zijn:
• voor het onttrekken van gelden uit voorzieningen is geen toestemming nodig van de ALV;
• het onttrekken van gelden uit bestemmingsfondsen voor projecten behoeft in principe wel de toestemming van het ALV.

Het onderscheid tussen bestemmingen en voorzieningen volgt expliciet uit de volgende voorbeelden:
o Uitvaartdiensten etc. moeten ook kunnen worden gerealiseerd als er iemand voor moet worden gevraagd. Daarvoor wordt apart geld opzij gezet als zogenaamde voorziening. Hoewel het bestuur voor het uitgeven van dergelijke gelden geen voorafgaande toestemming van de ALV nodig heeft, wordt hier achteraf wel verantwoording over afgelegd.
o Daarnaast bestaan er reserveringen in de vorm van fondsen voor 
grote toekomstige uitgaven. Het geld op deze reserveringen mag in principe alleen worden besteed met goedkeuring van de ALV. Maar te onttrekken gelden aan reserveringen voor noodzakelijke kleine vervangingen bijvoorbeeld een geluidsinstallatie, tuinplanten etc. vallen niet onder de directe goedkeuring van de ALV, deze kunnen achteraf worden verantwoord.

Voor het verrichten van betalingen tijdens het exploitatiejaar wordt zowel de penningmeester als de voorzitter van het bestuur aangewezen. 
Voor de controleerbaarheid van de baten en lasten ontvangen alle bestuursleden tijdens de bestuursvergaderingen een uitdraai, waarin de financiële situatie van de vereniging volgtijdig en volledig is aangegeven.
De uitdraai bevat de volgende onderdelen:
• een overzicht van de stand van uitgaven en inkomsten van de exploitatie per datum;
• een overzicht van de balans per datum, waaruit blijkt de vorderingen, geldmiddelen reserves en schulden alsmede het nog te bestemmen resultaat;
• desgewenst zullen kopieën van de laatste bank- en giroafschriften ter inzage liggen op de bestuursvergadering.
Bij eventuele controles van de financiële administratie door bestuursleden zal de secretaris zorgdragen voor de nodige schriftelijke vastleggingen.

De wijze van beheersing van de activiteiten en de daarbij behorende 
financiën tijdens de exploitatie neemt het bestuur in een (jaar)werkplan

op. Hierbij moeten minimaal de volgende zaken worden opgenomen en nageleefd:
• toelichtingen per onderdeel van de in de begroting te hanteren
bedragen voor baten en lasten;
• wat er moet gebeuren met het batig of nadelig saldo op de resultatenrekening;
• welke zijn de voornemens tot het onttrekken van gelden uit de bestemmingsfondsen;
• welke zijn de voornemens met betrekking tot controles over de 
inkomsten en uitgaven en op welke wijze worden deze uitgevoerd en hoe geschieden de vastleggingen hiervan.

4.2 Beheersbaarheid projecten
Voordat projecten kunnen aanvangen is hiervoor in principe de 
toestemming van de ALV vereist. 
Het bestuur regelt onderling welke bestuursleden organisatorisch belast zijn met de regie van de aan de commissies opgedragen en uit te voeren projecten en de controle op de uitvoering.
De commissies benoemen uit hun midden een contactpersoon die de 
contacten met de penningmeester onderhoudt over het financiële gedeelte. 
Voordat een project wordt uitgevoerd, moet een commissie een begrotingsvoorstel opstellen en indienen. Eerst nadat het bestuur deze na toetsing op de begrotingscijfers e.d. heeft goedgekeurd en het bestuur de ALV hierover heeft geraadpleegd, kan het project worden uitgevoerd.

Tijdens de bestuursvergaderingen worden zowel organisatorische als financiële zaken besproken en administratief vastgelegd.
In voorkomende gevallen kan het bestuur opteren voor budgetteren. Een door de commissie te benoemen projectleider wordt dan verantwoordelijk gesteld voor de beheersing van de financiën en legt bij het bestuur hiervoor verantwoording af. Een commissie zal hierbij de door dit beleidsplan gestelde werkwijze ten aanzien van het financiële beleid in acht moeten nemen.

Frowa Schuitemaker-Hartsema
Willy Vinke-Kijlstra
Anneke te Loo
Cor van Duijvenbode


Comments