nl‎ > ‎Veenendaal‎ > ‎Structuur van de vereniging‎ > ‎

Huishoudelijk reglement

Algemeen

Artikel 1
1. Dit reglement mag geen bepalingen bevatten die in strijd zijn met de statuten van de afdeling, de statuten en het algemeen reglement van de landelijke vereniging van de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB, hierna genoemd “de landelijke vereniging” en de statuten en het huishoudelijk reglement van de Regionale Stichting voor Godsdienstige en Maatschappelijke Arbeid ”Zuid-West-Veluwe”, hierna genoemd de ”stichting”.


Aanduidingen, begripsbepalingen en definities

Artikel 2
1. De vereniging is een vrijwilligersorganisatie. Zij bestaat dankzij de idealistische betrokkenheid van de leden die (als individu en/of als lid van een commissie en/of als lid van het bestuur) hun kennis en deskundigheid willen inzetten ten dienste van de vereniging. Dit vereist een open instelling naar elkaar en een gezamenlijk gedragen verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van de vereniging.
Omdat de vereniging moet kunnen functioneren als een professionele vrijwilligersorganisatie, waarin de grenzen van verantwoordelijkheid duidelijk moeten zijn, is de verhouding tussen het bestuur en de commissies in artikel 23 van dit reglement formeel vastgesteld.
2. De in artikel 5, lid 5 en in artikel 7, sub ad d van de statuten genoemde ad hoc commissie wordt ingevuld als een vertrouwenscommissie en wordt nader uitgewerkt in artikel 24, lid 3 van dit reglement.
3. Onder de in artikel 8 van de statuten genoemde begunstigers worden verstaan donateurs en belangstellenden.
4. De in artikel 14 en 15 van de statuten bedoelde ledenvergaderingen worden in dit reglement als algemene ledenvergaderingen aangegeven.
5. Onder de stichting wordt verstaan het met de vereniging verbonden regio-orgaan, dat de overeenkomst sluit met de voor de vereniging werkzame voorganger en hiervoor alle door de wet voorgeschreven administratieve en financiële handelingen verricht. Daarnaast draagt zij zorg voor het waarborgen van de gezamenlijke vrijzinnige positie in de regio.
6. De onder lid 5 van dit artikel genoemde stichting heeft een bestuursvorm, waarin de vereniging is vertegenwoordigd.
7. De in dit reglement genoemde afdracht aan de landelijke vereniging bestaat uit de som van het aantal pastorale eenheden vermenigvuldigd met een jaarlijks vast te stellen tarief.
8. Bij de in lid 7 van dit artikel genoemde pastorale eenheden worden twee categorieën onderscheiden: alleenstaanden en samenwonenden/gehuwden op één adres.
9 De in lid 7 van dit artikel bedoelde tarieven worden jaarlijks in de algemene vergadering van de landelijke vereniging vastgesteld.
10. De peildatum voor de onder lid 7 van dit artikel bedoelde afdracht is 1 september in het jaar voorafgaande aan het vaststellingsjaar. 
11. De in artikel 23 van de in dit reglement genoemde DB-plus bijeenkomsten hebben tot doel: informatie-uitwisseling, beleidsvoorbereiding en beleidsvorming in de meest ruime zin van het woord. In de DB-plus bijeenkomsten zijn bestuurs- en commissieleden of andere leden en donateurs van de vereniging vertegenwoordigd. 
12. De in dit reglement genoemde dagen zijn kalenderdagen.


Doel en middelen

Artikel 3
1. De vereniging tracht het in artikel 2 van de statuten omschreven doel eveneens te bereiken door de hem ten dienste staande middelen zoals:
- samenkomsten in het kader van van geloof en samenleving;
- door de leden en donateurs zelf te organiseren ontmoetingsdiensten;
- meditatiebijeenkomsten;
- vormingswerk;
- maatschappelijk werk;
- gesprekskringen, lezingen, workshops e.d..


Bestuur

Artikel 4
1. Het in artikel 10 van de statuten genoemde bestuur kan voor zijn functioneren kiezen tussen een algemeen bestuur in combinatie met een dagelijks bestuur of alleen een (algemeen) bestuur.
2. Indien het bestuur kiest voor een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur dient de in de artikelen 10 en 11 van de statuten genoemde taakverdeling nader te worden gespecificeerd. Het dagelijks bestuur bestaat dan uit de voorzitter, de secretaris en de penningmeester en is belast met de dagelijkse leiding en de voorbereiding van bestuursbesluiten. Bestuursbesluiten kunnen pas worden genomen nadat deze in het algemeen bestuur zijn bekrachtigd. 
3. Het bestuur is gehouden de verplichtingen, opgelegd in de statuten en de algemene reglementen van de landelijke vereniging en de statuten en het huishoudelijk reglement van de stichting, na te komen.
4. Het bestuur draagt de zorg voor en de handhaving van de statuten en reglementen van de vereniging.
5. De voorzitter heeft de leiding van de bestuurs- en van de ledenvergaderingen. Bij ontstentenis van de voorzitter voorziet het bestuur in zijn vervanging.
6. De bestuursleden verdelen de bestuurstaken onderling.
7. Het bestuur wordt in en buiten rechte wordt vertegenwoordigd door de voorzitter met de secretaris en/of de voorzitter met de penningmeester dan wel door het bestuur aangewezen vervangers.
8. De voorzitter met de secretaris en/of de voorzitter met de penningmeester kunnen namens het bestuur beslissingen nemen die geen uitstel dulden tot een volgende bestuursvergadering. 
9. Het bestuur vergadert tenminste vier keer per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee andere leden van het bestuur dit nodig achten.
10. Het bestuur stelt in het belang van de continuïteit in het bestuursbeleid een rooster van aftreden op en zorgt voor de actualiteit hiervan.
11. Het bestuur stelt een beleidspan op met een geldigheidsduur vab 3 jaar. Het vigerend beleidsplan moet op aanvraag ter inzage zijn.
12. Het bestuur zorgt voor de actualiteit van het beleidsplan.
13. Het bestuur draagt zorg voor een actueel (jaar)plan, waarbij ook vastleggingen van de verantwoording plaatsvinden. Het jaarlijks op te stellen werkplan vormt een onlosmakelijk onderdeel van het beleidsplan en geeft de beheersingssystemen van de (jaar)activiteiten weer.
14. Een bestuurslid, bij voorkeur de voorzitter, vertegenwoordigt de vereniging bij afvaardiging aan de algemene ledenvergadering van de landelijke vereniging en in het bestuur van de stichting. 
15. De wijze waarop de gelden der vereniging worden belegd wordt in het bestuur vastgelegd.
16. De secretaris is belast met het bijhouden van het verenigingsregister, het houden van de notulen van de bestuurs- en algemene ledenvergaderingen, de briefwisseling, de geregelde verzending van de convocaties, het beheren en de bewaring van het archief. Hij is gehouden mutaties in het verenigingsregister zo spoedig mogelijk ter kennis te brengen aan de penningmeester en aan het bestuur van het landelijke bestuur. Voorts dient hij jaarlijks op peildatum van 1 september het aantal leden en donateurs gesplitst in pastorale eenheden te melden aan de stichting. 
Voorts draagt hij zorg voor het verzenden van de afschriften van de door de algemene ledenvergadering goedgekeurde financiële jaarstukken naar het secretariaat van het bestuur van de landelijke vereniging en de stichting.
17. De penningmeester zorgt voor de inning van de jaarlijkse bijdragen. Hij beheert de gelden der vereniging en beschikt hierover met inachtneming van de in de algemene ledenvergadering vastgestelde begroting en de bijzondere bestemmingen. Hij draagt zorg dat informatie-uitwisseling aan de andere bestuursleden tijdig en volledig is. Hij zorgt dat tijdig aan de landelijke vereniging, aan de stichting en aan de belastingen en andere crediteuren de verschuldigde bedragen worden afgedragen.
18. De penningmeester brengt tijdig voor de algemene ledenvergadering direct volgend op het boekjaar aan het bestuur schriftelijk verslag uit over de in artikel 7, lid 2, sub a van dit reglement genoemde jaarstukken.
19. Het bestuur stelt een begrotingsvoorstel op voor het komende boekjaar en zorgt dat de leden en de donateurs tenminste 14 dagen voor de betreffende algemene ledenvergadering als bedoeld in artikel 7, lid 1, sub a hiervan een afschrift hebben ontvangen.
20. Het bestuur legt zonodig nadere verplichtingen vast over het functioneren van voorgangers en andere functionarissen. Een en ander conform het gestelde in de artikelen 19, leden 6 en 7 van dit reglement.
21. Na afloop van het boekjaar legt het bestuur aan de algemene ledenvergadering verantwoording af over het gevoerde financieel beleid. 
22. Het bestuur is gerechtigd taken te delegeren aan andere leden, begunstigers of commissies.
23. Indien het bestuur taken delegeert stelt het bestuur uit zijn midden een of meerdere contactpersonen aan die zorg dragen voor de optimale terzake doende informatie-uitwisseling, waardoor de bestuursverantwoordelijkheid te allen tijde is gewaarborgd.


Benoemen van bestuursleden

Artikel 5
1. De voorzitter als zodanig en de andere bestuursleden worden bij volstrekte meerderheid van stemmen door de algemene ledenvergadering gekozen.
2. Voor iedere bestuursvacature maakt het zittende bestuur een voordracht op, welke tenminste twee weken voor de betreffende algemene ledenvergadering aan de leden moet worden bekendgemaakt. De voordracht kan door de leden worden aangevuld, mits de namen van de kandidaten minstens één week voor de algemene ledenvergadering schriftelijk aan het zittende bestuur zijn bekendgemaakt.
3. In geval meerdere kandidaten voor eenzelfde bestuursvacature beschikbaar zijn en de algemene ledenvergadering niet één kandidaat met volstrekte meerderheid van stemmen kan benoemen, dient overgegaan te worden tot een tweede stemming. Indien dan nog geen kandidaat voor een bestuursfunctie een volstrekte meerderheid van stemmen gekregen heeft, zal opnieuw worden gestemd tussen de kandidaten die bij de laatste stemming het hoogste en het op één na het hoogste aantal stemmen op zich hebben verenigd. Voor het geval dat na twee stemmingen opnieuw geen dezer kandidaten de volstrekte meerderheid van stemmen heeft behaald, zal in een volgende algemene ledenvergadering opnieuw worden gestemd, waarbij verkiezing bij meerderheid van stemmen plaatsvindt. Indien na de laatste stemming nog geen beslissing heeft kunnen plaatsvinden, zal zulks geschieden door middel van loting.
4. In een bestuursvacature moet worden voorzien, tenzij de algemene ledenvergadering anders beslist.
5. Een bestuurslid wordt voor maximaal vier achtereenvolgende jaren gekozen.
6. Een aftredend bestuurslid is één keer herkiesbaar.
7. Het staat een bestuurslid vrij eerder dan de in lid 5 van dit artikel genoemde periode af te treden. 
8. In geval van bestuurswijzing(en) stelt het bestuur het bestuur van de landelijke vereninging en van de stichting hierover onverwijld in kennis.


Algemene ledenvergaderingen

Artikel 6
1. Jaarlijks moeten door de vereniging tenminste twee algemene ledenvergaderingen worden gehouden: één in het eerste kwartaal van het kalenderjaar en één in het laatste kwartaal van het kalenderjaar en voorts zo dikwijls als het bestuur of tenminste vijf leden, met in achtneming van lid 4 van dit artikel, dit nodig achten.
2. De in artikel 15, lid 1 van de statuten genoemde convocaties worden verzorgd door het bestuur, waarbij alleen leden en donateurs hiervoor worden opgeroepen. 
3. De algemene ledenvergadering heeft met in inachtneming van lid 4 van dit artikel het recht van initiatief, amendement, enquête en interpellatie.
4. Het stemrecht in de algemene ledenvergaderingen is alleen voorbehouden aan de leden die zich met de vereniging hebben verbonden. Donateurs en andere begunstigers hebben slechts een adviserende stem.
5. De algemene vergadering kan alleen geldige besluiten nemen indien het aantal stemgerechtigden minimaal het tweevoud bedraagt van de in functie aanwezige bestuursleden.
6. Indien niet wordt voldaan aan de quorumeis van lid 5 van dit artikel zal het bestuur zo spoedig mogelijk een nieuwe vergadering vaststellen, waarin ongeacht de quorumeis wel besluitvorming plaatsvindt. 
7. Indien leden speciale agendapunten of voorstellen voor de komende algemene ledenvergadering op de agenda wensen op te voeren, dienen zij dit minimaal vier weken vooraf aan het bestuur schriftelijk kenbaar te maken.
8. Behoudens het gestelde in lid 7 van dit artikel moeten door leden ingediende voorstellen, welke behandeld dienen te worden in een algemene ledenvergadering, voorzien zijn van een toelichting en een medeondertekening door minimaal twee andere leden.
10. Een uitzondering op de leden 7 en 8 van dit artikel wordt gemaakt voor artikel 5, lid 2 van dit reglement.

Artikel 7
1. Tot de activiteiten van de algemene ledenvergadering in het laatste kwartaal van het kalenderjaar behoren onder meer:
a. het behandelen en vaststellen van de begroting voor het komende boekjaar;
b. het, indien nodig, benoemen van nieuwe bestuursleden conform artikel 5 van dit reglement en/of het vastleggen van de bestuursleden voor het juist aangevangen verenigingsjaar;
c. het, indien nodig, op voordracht van het bestuur benoemen van afgevaardigden voor met de vereniging gelieerde instellingen en voor deelname aan speciale projecten;
d. het behandelen van bijzonderheden uit/over de algemene vergadering(en) van de landelijke vereniging en de stichting;
e. het vaststellen van de minimum bijdrage voor leden en donateurs in het komende boekjaar;
f. het behandelen van de ontwikkelingen en voorstellen uit de commissies;
g. het vaststellen van de zondagse bijeenkomsten en de doelen van de interne en de externe bestemmingscollecten.
2. Tot de activiteiten van de algemene ledenvergadering in het eerste kwartaal van het kalenderjaar behoren onder meer:
a. het behandelen en vaststellen van de financiële jaarstukken van het afgelopen boekjaar en de goedkeuring daarvan op voorstel van de kascommissie;
b. het behandelen van de ontwikkelingen en voorstellen uit de commissies;
c. het voorzien in vacatures van de kascommissie voor het nazien van de rekening en verantwoording van het lopende boekjaar;
d. het behandelen van bijzonderheden uit/over de algemene vergadering(en) van de landelijke vereniging en de stichting;
e. het, indien nodig, benoemen van nieuwe bestuursleden conform artikel 5 van dit reglement;
f. het behandelen van de ontwikkelingen en voorstellen uit de commissies;
g. het, indien nodig, op voordracht van het bestuur benoemen van afgevaardigden voor met de vereniging gelieerde instellingen en voor deelname aan speciale projecten. 
3. Onder voordracht van het bestuur voorziet de ledenvergadering namens de vereniging in de afvaardiging van een commissaris, die voor de regionale Stichting Senioren Huisvesting Zuid-Veluwe (De Timanshof, De Roosebrink en De Aleidahof) kan fungeren.

Artikel 8
1. Over voorstellen die niet bij oproeping tot de vergadering zijn vermeld, kan geen besluit worden genomen.

Leden en begunstigers

Artikel 9
1. Zowel leden als donateurs verbinden zich met de vereniging tot wederopzegging, met dien verstande dat het lidmaatschap of donateurschap geldt per boekjaar.
2. Belangstellenden hebben geen enkele verplichting of verbintenis met de vereniging.
3. Belangstellenden kunnen op ieder door hen gewenst moment zich als lid of donateur van de vereniging laten inschrijven. Behoudens het gestelde in artikel 5, lid 5 van de statuten zal het lidmaat- of donateurschap altijd door het bestuur worden ingewilligd. 
4. Het opzeggen van het lidmaatschap of donateurschap dient schriftelijk plaats te vinden bij de door het bestuur aangestelde ledenadministratie vòòr 1 september van het lopende jaar.
5. Indien de opzegging als bedoeld in lid 3 van dit artikel achterwege blijft, wordt het lidmaatschap of donateurschap stilzwijgend verlengd. 
6. Leden en begunstigers worden vermeld in het verenigingsregister.

Landelijk bestuur

Artikel 10
1. De algemene contactpersoon met het bestuur van de landelijke vereniging is de secretaris van de vereniging. 
2. Formele contacten met het landelijke bestuur vinden uitsluitend plaats door bestuursleden.
3. Indien één of meer leden wensen dat een voorstel van de vereniging moet worden opgenomen in de beschrijvingsbrief van de eerstvolgende algemene vergadering van de landelijke vereniging, dient zulk een voorstel schriftelijk en tijdig bij het bestuur van de vereniging te worden ingediend.

Artikel 11
1. Onder verwijzing naar lid 11 van artikel 4 van dit reglement vertegenwoordigt een bestuurslid de vereniging als afgevaardigde bij de algemene vergaderingen en bij de penningmeestervergaderingen van het bestuur van de landelijke vereniging. 
2. Wanneer er tijdens de algemene vergaderingen besluiten moeten worden genomen heeft de afgevaardigde hiervoor het stemrecht namens de vereniging.
3. De afgevaardigde zal indien de algemene ledenvergadering van de vereniging zijn mening heeft uitgesproken over een onderwerp zijn stem overeenkomstig uitbrengen op de door het bestuur van de landelijke vereniging georganiseerde algemene - en penningmeestervergaderingen.

Artikel 12
1. De vereniging is verplicht de jaarlijkse afdracht, vastgesteld door de algemene ledenvergadering van de landelijke vereniging, binnen de daarvoor gestelde termijnen te voldoen.

Samenwerkingsverbanden

Artikel 13
1. Voor het aangaan van of het uittreden van een samenwerkingsverband in welke vorm dan ook is de goedkeuring van het bestuur van de landelijke vereniging vereist.
2. De vereniging kent onder meer samenwerkingsverbanden met:
- de oecumenische werkgroep Veenendaal;
- de stichting.


Oecumenische werkgroep Veenendaal

Artikel 14
1. De ledenvergadering benoemt op voordracht van het bestuur een vertegenwoordiger voor de oecumenische werkgroep.
2. De benoeming geschiedt voor de duur van drie jaar.
3. Herbenoeming is mogelijk.


Stichting

Artikel 15
1. Toetreding tot of uittreding uit de stichting geschiedt ingevolge een daartoe voorafgaand genomen strekkend besluit van de algemene ledenvergadering.
2. Een in lid 1 van dit artikel genoemde besluit tot uittreding wordt niet eerder geëffectueerd dan tegen het einde van het jaar (boekjaar) volgende op dat waarin het besluit tot uittreding kenbaar is gemaakt.
3. Bij het in lid 2 bedoelde tijdstip van uittreding dienen alle verplichtingen jegens de stichting te zijn voldaan.

Artikel 16
1. De vereniging is verplicht de jaarlijks door het algemeen bestuur van de stichting vastgestelde afdracht binnen de daarvoor gestelde termijnen te voldoen.

Artikel 17
1. Mede gelet op het gestelde in de leden 1 en 2 van artikel 2 is de afgevaardigde van de vereniging voor het bestuur van de stichting een bestuurslid, bij voorkeur de voorzitter.
2. De penningmeester van de vereniging bezoekt de jaarlijkse penningmeestervergadering van de stichting, die onder meer tot doel heeft het uitwisselen van ervaringen van penningmeesters uit de regio.

Artikel 18
1. De afgevaardigde naar het algemeen bestuur van de stichting is vrij in de door hem uit te brengen stem, behoudens over voorstellen waarover de algemene ledenvergadering of het bestuur zijn mening heeft uitgesproken.


Voorgangers en andere functionarissen

Artikel 19
1. Het staat de vereniging vrij een voorganger (m/v) aan te stellen.
2. Over de keuze wel of niet aanstellen van een voorganger beslist de ledenvergadering.
3. Indien de vereniging besluit een voorganger aan te stellen dient de procedure te worden gevolgd zoals beschreven onder artikel 20 van dit reglement. 
4. Een door de vereniging in overleg met de stichting aangestelde voorganger of andere soortgelijke functionaris is contractueel in dienst van de stichting.
5. Indien de vereniging over een contractueel met de stichting verbonden voorganger beschikt, kan het bestuur hem/haar namens de vereniging de volgende taken opdragen:
- het leiden van een in overleg vast te stellen aantal zondagse bijeenkomsten;
- het voorgaan in bijeenkomsten waarin doop en avondmaal worden gevierd;
- het leiden van bijeenkomsten waarin huwelijken worden ingezegend;
- het verzorgen van rites de passages;
- het verzorgen van onderwijs op het gebied godsdienst;
- het organiseren van jeugdwerk;
- het verzorgen van pastoraal werk (huis- en ziekenhuisbezoeken);
- het verrichten van al datgene wat tot de uitoefening van zijn ambt gerekend kan worden.
6. Indien de vereniging geen voorganger aanstelt, kiest het bestuur een werkwijze waarbij de taken zoals vermeld onder lid 5 van dit artikel van de voorgangerfunctie in professioneel aangestuurde commissies zijn ondergebracht. 
De hiermee verbonden kosten worden op basis van vrijwilligerswerk door de vereniging betaald.
7. De met lid 4 van dit artikel in verband staande verplichtingen worden door het algemeen bestuur nader vastgelegd overeenkomstig de bepalingen en reglementen van zowel de landelijke vereniging als de stichting.

Artikel 20
1. Het benoemen van een voorganger of een andere functionaris ten behoeve van het voorgangerambt voor de in artikel 19, lid 5 van dit reglement genoemde werkzaamheden behoeft de goedkeuring van de stichting.
2. Indien de vereniging voornemens is een voorganger of andere functionaris voor het uitoefenen van het voorgangerambt aan te stellen, neemt het bestuur op voordracht van de ledenvergadering hierover contact op met de stichting.
3. Voor het benoemen van een voorganger of andere functionaris voor het voorgangerambt worden zowel door de stichting op aanvraag van de vereniging als door de vereniging afzonderlijke commissies ingesteld:
a. een door de vereniging via de ledenvergadering in te stellen commissie, bestaande uit minimaal drie leden, stelt in nauwe samenwerking met het bestuur en onder nadere goedkeuring van het bestuur van de landelijke vereniging een functieomschrijving op en legt de voorwaarden vast waaronder de voorganger en/of andere of soortgelijke functionaris zijn functie moet vervullen;
b. een door de stichting in te stellen commissie, waarin zowel de vereniging als de stichting is vertegenwoordigd, onderzoekt op basis van de door de afdelingscommissie opgestelde criteria en de geldende voorschriften of de door de afdeling voorgestelde voorganger of andere functionaris onder het ”stichtingscontract” aangesteld kan worden;
c. voordat de aanstelling van een voorganger of andere functionaris voor het voorgangerambt geschiedt, behoeft dit de goedkeuring van het bestuur van de landelijke vereniging.
4. Van andere dan in lid 4 van artikel 19 van dit reglement genoemde functionarissen, die namens de algemene ledenvergadering door het bestuur contractueel zijn aangesteld op het gebied van godsdienstig, pastoraal, vormings- en welzijnswerk moet van de aanstelling onder toezending van een kopie van de arbeidsovereenkomst melding worden gedaan aan het bestuur van de landelijke vereniging.


Artikel 21
1. De voorganger of andere functionaris belast met de voorgangerfunctie woont de bestuursvergaderingen bij en heeft daarin een adviserende stem.
2. De voorganger of andere functionaris belast met de functie van de voorganger behoort niet tot het ledenbestand van de vereniging.
3. De bij de stichting onder contract staande voorganger of andere functionaris voor het uitoefenen van het voorgangerambt is alleen verantwoording verschuldigd aan het stichtingsbestuur.


Geldmiddelen

Artikel 22
1. De vereniging verkrijgt haar geldmiddelen uit bijdragen van leden, donateurs en giften van belangstellenden. Daarnaast kan de vereniging gesteund worden door extra giften van leden en begunstigers alsmede giften in de vorm van legaten.
2. Leden verbinden zich door hun inschrijving als lid tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage die door henzelf wordt vastgesteld, met inachtneming van het in artikel 9 van de statuten gestelde minimum. 
3. In aanvulling op artikel 9 van de statuten stelt de ledenvergadering ook de minimum jaarbijdrage voor donateurs vast.
4. Donateurs zijn minimaal gehouden aan betaling van het in lid 3 van het dit artikel vastgestelde bedrag per boekjaar.
5. Indien de door de algemene ledenvergadering vastgestelde minimumbijdrage voor leden of donateurs een belemmering vormt, bestaat de mogelijkheid hiervan af te wijken. Hiertoe wordt men verzocht contact met het bestuur op te nemen, waarna gezamenlijk zal worden gezocht naar een passende individuele oplossing.
6. Het staat belangstellenden vrij giften te doen. 
7. Leden en donateurs hebben gelijke rechten voor wat betreft de pastorale zorg en het verkrijgen van informatie van de landelijke vereniging, de stichting en de vereniging. 
8. Indien de nabestaanden van overleden leden pastorale zorg bij de rites de passages wensen komen de kosten hiervan voor rekening van de vereniging.
9. Indien nabestaanden van overleden donateurs pastorale zorg bij de rites de passage wensen, zijn de kosten hiervan voor rekening van de nabestaanden. 
10. Alleen indien een jaarlijkse gift van een belangstellende als bedoeld in artikel 9 lid 2 van dit reglement structureel is en de gemiddelde jaarlijkse gift van achtereenvolgens drie jaarlijkse bijdragen het door de algemene vergadering vastgestelde minimum voor een lid/donateur overstijgt, vindt hierover afdracht aan de landelijke vereniging plaats, een en ander conform het gestelde in artikel 2, lid 4 en artikel 12, lid 1 van dit reglement.
11. Over het aanvaarden en bestemmen van schenkingen in de vorm van legaten en het doen van schenkingen aan derden beslist het bestuur.
12. Indien schenkingen aan derden of aan een bepaald doel het jaarlijks door de algemene vergadering van de landelijke vereniging vastgestelde bedrag overstijgt, is instemming van het bestuur van de landelijke vereniging vereist.


Commissies die het bestuur bijstaan

Artikel 23 
1.Voor de uitoefening van zijn taak en het inwinnen van adviezen kan het bestuur commissies instellen zonder dat hiervoor toestemming van de ledenvergadering is verkregen.
2. Ten aanzien van de onder lid 1 van dit artikel genoemde commissies heeft de ledenvergadering een adviserende rol. Overigens staat het de ledenvergadering vrij het instellen van een commissie voor te dragen aan het bestuur.
3. Commissies worden ingesteld of opgeheven door het bestuur.
4. Over het aanstellen of opheffen van commissies is het bestuur verplicht om hiervan minimaal achteraf de algemene ledenvergadering te informeren.
5. Commissies verrichten activiteiten onder verantwoordelijkheid van het bestuur voor zover het hiermee heeft ingestemd.
6. Elke commissie kiest uit zijn midden een contactpersoon, die de informatie-uitwisseling van en naar het bestuur bewaakt.
7. Elke commissie is gehouden zich op de algemene ledenvergadering en op de DB-plus bijeenkomsten te doen vertegenwoordigen en verslag uit te brengen over haar handelen en haar ervaringen van de afgelopen periode.
8. Een commissie dient de nodige informatie omtrent de vorderingen en andere bevindingen met betrekking tot haar taak of toebedeelde project aan het bestuur te verstrekken.
9. De informatie-uitwisseling tussen het bestuur en een commissie kan geschieden via gesprekken met de door het bestuur speciaal daarvoor aangestelde bestuursleden als bedoeld in artikel 4, lid 20 van dit reglement of via een bestuurslid, dat zitting heeft in betreffende commissie.
10. De door het bestuur te organiseren DB-plus bijeenkomsten moeten tenminste één keer per jaar plaatsvinden.
11. Voorstellen van commissies behoeven de goedkeuring van het bestuur alvorens deze daadwerkelijk ten uitvoer te brengen.
12. Indien commissieleden voor de uitoefening van de taak kosten maken, worden deze op basis van de werkelijke kosten vergoed. Reis- en verblijfkosten en eventueel andere kosten worden vergoed volgens de richtlijn van de landelijke vereniging.
13. Declaraties van commissieleden moeten via de in lid 6 van dit artikel genoemde contactpersoon tijdig worden ingediend bij de penningmeester.
14. Indien het bestuur beslist dat een commissie voor de uitvoering van een project over door de vereniging toegekende gelden in de vorm van budgetten mag beschikken, dient de commissie hiertoe, zonodig in overleg met de penningmeester, een begroting op te stellen en deze bij het bestuur in te dienen. 
15.De uitgaven van de door het bestuur toegekende budgetten voor de in lid 14 bedoelde projecten dienen tijdens de voortgang van een project door de betrokken commissie te worden bewaakt en verantwoord.

Door de algemene ledenvergadering te benoemen commissies

Artikel 24
1. De kascommissie als bedoeld in artikel 7 leden 2 sub a en c van dit reglement dient uit een bezetting van twee leden te bestaan, die geen bestuursleden mogen zijn. Elk commissielid wordt voor de duur van twee jaar gekozen. Jaarlijks treedt een der commissieleden af.
2. Commissies als bedoeld in artikel 20, lid 3 sub a dienen onder intensief contact met het bestuur haar werkzaamheden te verrichten.
3. De vertrouwenscommissie als bedoeld in artikel 2, lid 2 van dit reglement bestaat uit 3 door het bestuur voorgedragen leden en wordt benoemd voor minimaal 4 jaar. Herbenoeming is mogelijk. De commissie draagt zorg voor tijdige vervanging van de leden, een en ander in overleg met het bestuur. 
4. De algemene ledenvergadering kan op grond van artikel 6, lid 3 van dit reglement, indien dit nodig wordt geacht, een commissie instellen.


Informatievoorziening aan leden, donateurs en belangstellenden

Artikel 25
1. Het bestuur is verantwoordelijk voor de inhoud van de schriftelijke informatievoorziening aan de leden en donateurs en voor de tijdige totstandkoming en verspreiding hiervan. Voorts is het bestuur verantwoordelijk voor de verstrekte informatievoorziening op de website van de vereniging.
2. Schriftelijke informatievoorziening geschiedt middels de periodieken en nieuwsbrieven.
3. Belangstellenden kunnen desgewenst de zogenaamde Nieuwsbrief via het internet ontvangen, waarin in verkorte vorm de activiteiten van de vereniging zijn vermeld.
4. Het bestuur kan de werkzaamheden met betrekking tot de onder lid 1 genoemde informatievoorziening delegeren.


Bijeenkomsten, lezingen en workshops

Artikel 26
1. Het bestuur is verantwoordelijk voor de invulling van de bijeenkomsten die in het NPB-huis plaatsvinden.
2. De in lid 1 genoemde bijeenkomsten kunnen onder meer zondagse bijeenkomsten en door-weekse bijeenkomsten, presentaties of workshops zijn. 
3. Het bestuur is vanwege de vrijheid van voorganger of spreker niet verantwoordelijk voor de inhoud van de presentaties en activiteiten die onder de leden 1 en 2 van dit artikel zijn genoemd.
4. Tijdens de algemene ledenvergadering van het laatste kwartaal van het kalenderjaar hebben de leden en donateurs de mogelijkheid het bestuur nieuwe voorgangers of sprekers aan te reiken voor toekomstige zondagse bijeenkomsten.
5. Voor het opstellen van een rooster voor structurele bijeenkomsten en de invulling hiervan kan het bestuur de werkzaamheden delegeren.


Slotbepalingen

Artikel 27
1. De algemene ledenvergadering kan dispensatie verlenen van het huishoudelijke reglement of onderdelen daarvan mits deze niet in strijd zijn met de statuten en de reglementen van de landelijke vereniging en de stichting.

Artikel 28
1. Ieder lid en iedere donateur van de vereniging ontvangt een exemplaar van de statuten en het huishoudelijke reglement van de vereniging.

Artikel 29
1. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet en er niet gewacht kan worden op een volgende ledenvergadering beslist het bestuur.

Comments